Een Google Analytics-account aanmaken doe je in GA4 in drie stappen: account en property aanmaken, een webgegevensstream toevoegen en het meet-ID (in Google Help ook Google-tag-ID of metings-ID) kopiëren. Daarna plaats je de Google-tag in de <head> van je website, direct of via een CMS-veld.
Verschil tussen account, property en gegevensstream
Een account is het beheerniveau en bevat één of meer property's. Een property is de rapportageomgeving waarin de gegevens van één gebruikersbestand staan. Een gegevensstream (data stream) is de bron die gegevens naar die property stuurt en het meet-ID levert.
Voor één website heb je één account, één property en één webgegevensstream nodig. Heb je al een account, dan voeg je alleen een property toe. Een website van een ander bedrijf krijgt een eigen account.
Een Google Analytics-account en GA4-property aanmaken
Voor een nieuw account heb je op accountniveau minimaal de rol Kijker nodig. Voor een property heb je de rol Bewerker nodig; de maker van een account heeft die automatisch.
- Ga naar analytics.google.com en klik op Beheer → Maken → Account.
- Geef een accountnaam op en stel de instellingen voor gegevens delen in.
- Klik op Volgende, geef de property een naam en kies de tijdzone en valuta voor de rapportage.
- Kies de branchecategorie en bedrijfsgrootte en geef aan hoe je Analytics wilt gebruiken. Google past de standaardrapporten daarop aan.
- Klik op Maken en accepteer de servicevoorwaarden en het amendement gegevensverwerking.
Een latere wijziging van de tijdzone werkt alleen voor toekomstige gegevens en kan een piek of plateau in je cijfers geven.
Een webgegevensstream toevoegen en het meet-ID vinden
- Klik op Beheer → Gegevensstreams → Stream toevoegen → Web.
- Vul de URL van je website in, bijvoorbeeld
example.com, en geef de stream een naam. - Laat Verbeterde meting (enhanced measurement) aan staan en klik op Stream maken.
Open daarna de stream. Bij de streamgegevens staat het meet-ID. Het begint met G-. Kopieer dit ID: je plakt het in de tag of in het ID-veld van je CMS.

De Google-tag (gtag.js) en het meet-ID
De Google-tag (gtag.js) is het JavaScript-fragment dat een pagina aan je stream koppelt. Je kent het misschien als trackingcode of als de eerdere Algemene tag. Het fragment laadt gtag.js van googletagmanager.com. Het commando config koppelt de pagina aan je meet-ID en stuurt een page_view.
Plaats maximaal één Google-tag per pagina. Staat er al een, voeg het meet-ID dan als extra bestemming toe aan die tag.
De Google-tag op je website plaatsen
Handmatig in de head
Hiervoor heb je toegang tot de HTML van je pagina's nodig. Klik in de stream onder Google-tag op Taginstructies bekijken en kies Handmatig installeren. Kopieer het hele fragment, van <!-- Google tag (gtag.js) --> tot en met </script>. Plak het direct na de openende <head>-tag op elke pagina die je wilt meten.
<!-- Google tag (gtag.js) -->
<script async src="https://www.googletagmanager.com/gtag/js?id=TAG_ID"></script>
<script>
window.dataLayer = window.dataLayer || [];
function gtag(){dataLayer.push(arguments);}
gtag('js', new Date());
gtag('config', 'TAG_ID');
</script>
Vervang TAG_ID op beide plekken door je meet-ID, bijvoorbeeld G-XXXXXXXXXX. Gebruik hiervoor een code-editor en geen tekstverwerker: die kan aanhalingstekens wijzigen, waardoor de tag niet werkt.
Via je CMS of een plug-in
Veel CMS'en hebben een veld voor het meet-ID. Plak dan alleen het ID dat met G- begint. Voor WordPress kan dat met een plug-in zoals Site Kit of MonsterInsights, en ook Shopify, Squarespace en Wix hebben zo'n veld. Heeft je CMS geen ID-veld, plak dan het volledige fragment in de HTML- of headcode-functie, zodat het direct na <head> komt.
Gebruik je liever Google Tag Manager, lees dan hoe je GA4 via Google Tag Manager instelt. Gebruik voor GA4 de Google-tag of Tag Manager, niet beide: dat kan tot dubbele telling leiden.
Controleren of GA4 gegevens ontvangt
Open je website, klik een paar pagina's door en kijk bij Rapporten → Realtime. Het kan tot 30 minuten duren voordat gegevensverzameling start; de eerste verwerking kan tot 24 uur duren.
In de Network-tab van je browser zie je eerst een verzoek naar googletagmanager.com (het laden van gtag.js), gevolgd door een verzoek naar google-analytics.com/g/collect of analytics.google.com/g/collect.
Individuele gebeurtenissen zie je in DebugView. Daarvoor is de foutopsporingsmodus nodig, via Tag Assistant of de parameter debug_mode. Met consent mode zie je hier geen gebeurtenissen zonder toestemming voor Analytics-cookies.
Instellingen die je na de installatie controleert
Stel de gegevensretentie (data retention) in via Beheer → Gegevensinstellingen → Bewaring van gegevens. Je kiest uit 2 of 14 maanden. De instelling geldt voor Verkenningen en trechterrapporten en niet voor de standaardrapporten. Een wijziging gaat na 24 uur in.
Sluit je eigen bezoeken uit met een filter voor intern verkeer. Vraag waar nodig toestemming voor cookies; de achtergrond staat in de technische uitleg over gegevensverzameling en de AVG.
Met alleen de Google-tag en Verbeterde meting verzamel je automatische gebeurtenissen. Eigen gebeurtenissen en key events vragen om aanvullende inrichting, zie GA4 inrichten.
Klaar voor actie?
Wil je dit toepassen op jouw website?
Ik help je de keuzes uit dit artikel om te zetten in een werkende setup, meetbaar en zonder technische ruis.