Met een hostnamefilter (hostname filter) in GA4 accepteer je alleen data van je eigen domeinen en blokkeer je spamverkeer van onbekende hostnames. De hostname is het domein waar een gebeurtenis vandaan komt, bijvoorbeeld www.jouwdomein.nl.
Wat is een hostnamefilter in GA4?
Een hostnamefilter is een gegevensfilter (data filter) dat kijkt naar het domein waarop een gebeurtenis is gemeten. Komt de gebeurtenis van een domein dat je niet wilt, dan verwerkt GA4 die data niet.
Waarom zie je überhaupt verkeer van andere domeinen? Een paar veelvoorkomende oorzaken:
- iemand heeft je meetcode gekopieerd, bijvoorbeeld bij het namaken van je site;
- spammers sturen nepgebeurtenissen naar je meet-ID;
- je test- of stagingomgeving meet mee in je live property.
Wat is het verschil tussen een uitsluit- en een opnamefilter?
Google heeft het GA4-hostnamefilter in twee stappen uitgebracht:
- Uitsluitfilter (exclude), sinds 11 juni 2026: je noemt de domeinen die je niet wilt. Nadeel: bij elke nieuwe spambron moet je het filter bijwerken.
- Opnamefilter (include), sinds 21 september 2026: je maakt een lijst met domeinen die je wel toestaat. Al het andere valt weg.
Met andere woorden: een opnamefilter is een allowlist. Dat vraagt minder onderhoud. Zijn er meerdere actieve filters, dan past GA4 eerst alle opnamefilters samen toe en daarna de uitsluitfilters.
Twee details uit de release notes van Google over het opnamefilter:
- gebeurtenissen via het Measurement Protocol worden niet door het opnamefilter geblokkeerd;
- gebeurtenissen zonder hostname worden automatisch geblokkeerd.
Hoe stel je een hostnamefilter in GA4 in?
- Ga naar Beheer > Verzameling en wijziging van gegevens > Gegevensfilters.
- Klik op Filter maken en kies Verkeer van webhostnamen.
- Geef het filter een duidelijke naam.
- Kies of je domeinen wilt uitsluiten of juist alleen wilt opnemen, en vul je domeinen in.
- Zet de status op Testen en sla op.
In de status Testen verwijdert GA4 nog niets. Gebeurtenissen die aan het filter voldoen, krijgen een waarde in de dimensie Naam testgegevensfilter. Die dimensie bekijk je in een verkenning. Een filter kan 24 tot 36 uur nodig hebben voordat het werkt. Je hebt de rol Bewerker nodig en je kunt maximaal 10 gegevensfilters per property maken.
Voorbeeld: je staat alleen jouwdomein.nl en www.jouwdomein.nl toe. Controleer in de testfase of subdomeinen, zoals een webshop op shop.jouwdomein.nl, apart in je lijst moeten.
Waar moet je op letten voordat je het filter activeert?
Een actief gegevensfilter is permanent. Uitgefilterde data wordt nooit verwerkt en komt ook niet in BigQuery. Je kunt die data dus niet terughalen. Het filter werkt ook niet met terugwerkende kracht: oude spam blijft in je historische rapporten staan.
Let op: zet in je lijst alle domeinen waar je echte bezoekers meet. Denk aan subdomeinen, een webshop op een ander domein of een externe checkout. Of een betaalpagina (zoals iDEAL) als hostname in je data terechtkomt, hangt af van je setup. Controleer dat in de testfase, anders blokkeer je mogelijk echte belangrijke gebeurtenissen.
Wat ik meestal doe: het filter minstens een week op Testen laten staan en dan in een verkenning kijken welke hostnames er worden weggefilterd. Pas als daar alleen spam tussen zit, zet ik het filter op Actief.
Wil je ook je eigen bezoeken uitsluiten? Lees dan hoe je intern verkeer uitsluit uit Analytics. Zie je daarnaast veel verkeer zonder bron, dan helpt Unassigned verkeer in GA4 oplossen.
Klaar voor actie?
Wil je dit toepassen op jouw website?
Ik help je de keuzes uit dit artikel om te zetten in een werkende setup, meetbaar en zonder technische ruis.